WELKOM EN MEDEDELINGEN

Intochtslied Gezang 257
Halleluja, eeuwig dank en ere,
lof, aanbidding, wijsheid, kracht,
word’ op aard’ en in de hemel, Here,
voor uw liefd’ U toegebracht!
Vader, sla ons steeds in liefde gade;
Zoon des Vaders, schenk ons uw genade;
uw gemeenschap, Geest van God,
amen, zij ons eeuwig lot!

Stil gebed – Votum – Groet

Thema Een verlaten wijngaard

Zingen Gezang 118: 1 en 2
1 Op U, mijn Heiland, blijf ik hopen.
Verlos mij van mijn bange pijn!
Zie, heel mijn hart staat voor U open
en wil, o Heer, uw tempel zijn.
O Gij, wien aard’ en hemel zingen,
verkwik mij met uw heil’ge gloed.
Kom met uw zachte glans doordringen,
o zon van liefde, mijn gemoed!

2 Vervul, o Heiland, het verlangen,
waarmee mijn hart uw komst verbeidt!
Ik wil in ootmoed U ontvangen,
mijn ziel en zinnen zijn bereid.
Blijf in uw liefde mij bewaren,
waar om mij heen de wereld woedt.
O, mocht ik uwe troost ervaren:
doe intocht, Heer, in mijn gemoed!

Wet van God

Zingen Psalm 119: 13 en 14
13 Geef mij een hart dat U met vreugde groet,
geef mij verstand – daar zal ik wel bij varen -,
dat ik niet haak naar zilver, goud en goed,
niet gretig schatten om mij heen vergare.
Als Gij de weg der wet mij weten doet,
dan zal ik die ten einde toe bewaren.

14 Bewaar mijn oog, dat niet de valse schijn,
dat niet de lege vreugd mijn hart bewege.
Slechts in uw spoor kan leven leven zijn.
Vestig mijn aandacht op de rechte wegen.
Doe uw beloften onverwrikbaar zijn,
immers uw knecht is tot uw dienst genegen.

Gebed

Bijbellezing Psalm 80 en Johannes 15: 1-8
1Voor de koorleider. Op de wijs van De lelies. Een getuigenis. Van Asaf, een psalm. 2Hoor ons, herder van Israël, die Jozef leidt als een kudde. U die troont op de cherubs, verschijn in luister 3aan Efraïm, Benjamin en Manasse. Laat uw kracht ontwaken, kom, en red ons. 4God, keer ons lot ten goede, toon uw lichtend gelaat en wij zijn gered. 5HEER, God van de hemelse machten, hoe lang nog blijft u vertoornd op uw biddende volk? 6U liet ons brood van tranen eten en een stroom van tranen drinken. 7U hebt andere volken tegen ons opgezet, onze vijanden drijven de spot met ons. 8God van de hemelse machten, keer ons lot ten goede, toon uw lichtend gelaat en wij zijn gered. 9U hebt een wijnstok uitgegraven in Egypte, en volken verdreven om hem te planten. 10U gaf hem een ruime plek, hij schoot wortel en vulde het land. 11De bergen werden bedekt door zijn schaduw, de machtige ceders door zijn twijgen, 12hij strekte zijn takken uit tot de zee, tot aan de Grote Rivier zijn ranken. 13Waarom hebt u zijn omheining vernield? Voorbijgangers plukken hem leeg, 14wilde zwijnen wroeten hem om, velddieren vreten hem kaal. 15God van de hemelse machten, keer u tot ons, kijk neer uit de hemel en zie, bekommer u om deze wijnstok, 16de stek die uw hand heeft geplant, het kind dat u zelf hebt grootgebracht. 17Hij is verbrand en weggehakt, verkwijnd onder uw duistere blik. 18Leg uw hand op uw beschermeling, het mensenkind dat u hebt grootgebracht. 19Dan zullen wij niet van u wijken. Laat ons leven, en wij roepen uw naam: 20HEER, God van de hemelse machten, keer ons lot ten goede, toon uw lichtend gelaat en wij zijn gered.

1‘Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijnbouwer. 2Iedere rank aan mij die geen vrucht draagt snijdt hij weg, en iedere rank die wel vrucht draagt snoeit hij bij, opdat hij meer vruchten draagt. 3Jullie zijn al rein door alles wat ik tegen jullie gezegd heb. 4Blijf in mij, dan blijf ik in jullie. Een rank die niet aan de wijnstok blijft, kan uit zichzelf geen vrucht dragen. Zo kunnen jullie geen vrucht dragen als jullie niet in mij blijven. 5Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken. Als iemand in mij blijft en ik in hem, zal hij veel vrucht dragen. Maar zonder mij kun je niets doen. 6Wie niet in mij blijft wordt weggegooid als een wijnrank en verdort; hij wordt met andere ranken verzameld, in het vuur gegooid en verbrand. 7Als jullie in mij blijven en mijn woorden in jullie, kun je vragen wat je wilt en het zal gebeuren. 8De grootheid van mijn Vader zal zichtbaar worden wanneer jullie veel vrucht dragen en mijn leerlingen zijn.

Zingen Psalm 80: 1, 6 en 7
1 O God van Jozef, leid ons verder,
hoor ons en wees weer onze herder;
gij vuurkolom, straal gij ons toe.
Waak op, o Held, wij worden moe;
laat lichten ons uw aanschijn, Heer,
doe ons opstaan en help ons weer.

6 Zie van uw hoge hemel neder,
dat onze aanblik U verteder,
geef op uw eigen planting acht,
de zoon die Gij hebt grootgebracht,
brand hem niet weg in uw gericht,
as tot as voor uw aangezicht.

7 Dan zullen wij niet van U wijken,
uw naam zal op ons voorhoofd prijken,
uw naam is ons als uw gelaat;
een sterrebeeld, een dageraad.
Laat lichten ons uw aanschijn, Heer,
doe ons opstaan en help ons weer.

Verkondiging

Zingen Gezang 75: 10 en 11
10 U kennen, uit en tot U leven,
Verborgene die bij ons zijt,
zolang ons ’t aanzijn is gegeven,
de aarde en de aardse tijd,
o Christus, die voor ons begin
en einde zijt, der wereld zin!

11Gij zijt de wijnstok van het leven,
in duizend ranken uitgebreid,
het leven, ons in U gegeven,
draagt goede vruchten op zijn tijd.
Laat ons uw ranken zijn voorgoed,
doorstroom ons met uw hartebloed.

Gebed

Collecte

Zingen Hemelhoog 217 tweemaal
Majesteit, groot is Uw majesteit,
lof zij Jezus en glorie, hulde en eer.
Majesteit, God die de zijnen leidt.
Vanaf Zijn troon vestigt de Zoon Zijn
heerschappij.

Dus verhoog, maak eeuwig groot,
de Naam van Jezus.
Volk van God, kom en breng lof,
aan Jezus de Koning.
Majesteit, groot is Zijn majesteit.
Dwars door de dood werd Hij verhoogd,
Jezus is Heer.

Zegen met gezongen amen

Last modified: 13 januari 2021