Mededelingen

Aanvangslied: Psalm 139:1, 14
1 Heer, die mij ziet zoals ik ben,
dieper dan ik mijzelf ooit ken,
kent Gij mij, Gij weet waar ik ga,
Gij volgt mij waar ik zit of sta.
Wat mij ten diepste houdt bewogen,
‘t ligt alles open voor uw ogen.

14 Doorgrond, o God, mijn hart; het ligt
toch open voor uw aangezicht.
Toets mij of niet een weg in mij
mij schaadt en leidt aan U voorbij.
O God, houd mij geheel omgeven,
en leid mij op den weg ten leven.

Votum en groet en aanvangstekst

Psalm 73: 10
10 Wien heb ik in den hemel, Heer,
behalve U, mijn troost en eer?
Wat kan op aarde mij bekoren?
Alleen bij U wil ik behoren.
Al zou mijn vlees en hart vergaan,
toch zal ik, God, voor U bestaan,
wien ik mijn leven toevertrouw,
Gij zijt de rots waarop ik bouw.

Geloofsbelijdenis

Psalm 134
1 Gij dienaars aan den Heer gewijd,
zegent zijn naam te allen tijd.
Gij die des daags zijn gunst verwacht,
zegent zijn naam ook in de nacht.

2 Die in het huis des Heren zijt,
zegent zijn naam en majesteit,
zingt tot zijn eer met luider stem
en heft uw handen op naar Hem.

3 Uit Sion, aan den Heer gewijd,
zegene u zijn heiligheid.
Hij die hemel en aarde schiep,
Hij is ‘t die u bij name riep.

Schriftlezing Colossenzen 2: 4-8
4Dit alles schrijf ik opdat niemand u met fraaie redeneringen op een dwaalspoor brengt. 5Want hoewel ik lijfelijk niet aanwezig ben, ben ik in de geest wel bij u, en ik zie met vreugde hoe hecht u met elkaar verbonden bent en hoe onwrikbaar uw geloof in Christus is. Met Christus gestorven en opgewekt uit de dood. 6Volg de weg van Christus Jezus, nu u hem als uw Heer aanvaard hebt. 7Blijf in hem geworteld en gegrondvest, houd vast aan het geloof dat u geleerd is en wees vervuld van dankbaarheid. 8Wees op uw hoede en laat u niet meeslepen door holle en misleidende theorieën die op menselijke tradities zijn gebaseerd en zich richten op de machten van de wereld en niet op Christus.

Colossenzen 2
16Laat niemand u iets voorschrijven op het gebied van eten en drinken of het vieren van feestdagen, nieuwemaan en sabbat. 17Dit alles is slechts een schaduw van wat komt – de werkelijkheid is Christus. 18Laat u niet veroordelen door mensen die opgaan in zelfvernedering en engelenverering, zich verdiepen in visioenen of zich laten voorstaan op eigen bedenksels. 19Zulke mensen richten zich niet naar het hoofd, van waaruit God het hele lichaam, door gewrichtsbanden en pezen ondersteund en bijeengehouden, doet groeien. 20Als u met Christus dood bent voor de machten van de wereld, waarom laat u zich dan geboden opleggen alsof u nog in de wereld leeft? 21‘Raak dit niet aan, proef dat niet, blijf daarvan af’ – 22het zijn menselijke voorschriften en principes over zaken die door het gebruik vergaan. 23Dat moet allemaal voor wijsheid doorgaan, maar het is zelfbedachte godsdienst, zelfvernedering en verachting van het lichaam; het heeft geen enkele waarde en dient alleen maar tot eigen bevrediging.

1Als u nu met Christus uit de dood bent opgewekt, streef dan naar wat boven is, waar Christus zit aan de rechterhand van God. 2Richt u op wat boven is, niet op wat op aarde is. 3U bent immers gestorven, en uw leven ligt met Christus verborgen in God. 4En wanneer Christus, uw leven, verschijnt, zult ook u, samen met hem, in luister verschijnen. 5Laat dus wat aards in u is afsterven: ontucht, zedeloosheid, hartstocht, lage begeerten en ook hebzucht – hebzucht is afgoderij –, 6want om deze dingen treft Gods toorn degenen die hem ongehoorzaam zijn. 7Vroeger hebt u ook die weg gevolgd en zo geleefd, 8maar nu moet u alles wat slecht is opgeven: woede en drift, vloeken en schelden. 9Bedrieg elkaar niet, nu u de oude mens en zijn leefwijze afgelegd hebt 10en de nieuwe mens hebt aangetrokken, die steeds vernieuwd wordt naar het beeld van zijn schepper en zo tot inzicht komt.

Gezang 426: 5
5 Omdat Gij mijn hart doet branden,
omdat Gij mij zo bemint,
hef ik, Heer, tot U mijn handen:
Vader, zie ik ben uw kind.
Wil mij de genade geven,
U te dienen, hier en nu;
God die liefde zijt, aan U
vast te houden, heel mijn leven,
tot ik U na deze tijd
liefheb in der eeuwigheid.

Verkondiging

Hemelhoog 445
Ik bouw op U, mijn schild en mijn Verlosser.
Niet eenzaam ga ik op de vijand aan,
sterk in uw kracht, gerust in uw bescherming.
Ik bouw op U en ga in uwe naam.
Sterk in uw kracht, gerust in uw bescherming.
Ik bouw op U en ga in uwe naam.

Gelovend ga ik, eigen zwakheid voelend.
En telkens meer moet ik uw kracht verstaan.
Toch rijst in mij een lied van overwinning.
Ik bouw op U en ga in uwe naam.
Toch rijst in mij een lied van overwinning.
Ik bouw op U en ga in uwe naam.

Ik bouw op U, mijn Schild en mijn Verlosser
Gij voert de strijd, de huld’ is U gewijd.
In ‘t laatste uur zal ‘k zegevierend ingaan,
in rust met U die mij hebt voortgeleid.
In ‘t laatste uur zal ‘k zegevierend ingaan,
in rust met U die mij hebt voortgeleid

Gebed

Collecte

Gezang 441: 1 en 12
1 Komt, kinderen, niet dralen,
want de avond is nabij!
Wij zouden licht verdwalen
in deze woestenij.
Komt, vatten wij dan moed
naar de eeuwigheid te streven,
van kracht tot kracht te leven.
In ‘t eind is alles goed.

12 Wij moesten het maar wagen
‘t is wel het wagen waard
om niets meer mee te dragen
dat onze ziel bezwaart.
De wereld is te klein!
Komt, gaat met Jezus mede
in alle eeuwigheden!
Het moet toch Jezus zijn!

Zegen

Last modified: 29 mei 2021