Mededelingen

Aanvangslied: Lied 602: 1 (Hemelhoog)
Liefde was het, onuitput’lijk,
liefd’ en goedheid, eind’loos groot.
Toen de Levensvorst op aarde
tot ons heil zijn bloed vergoot.
Komt, laat ons zijn liefde prijzen!
God geeft vreugd en dankensstof.
Eenmaal zingen wij voor eeuwigheid
in de hemel zijnen lof.

Stil gebed – Votum en groet

Zingen: Psalm 25: 6 en 7
6 Wie heeft lust de HEER te vrezen,
‘t allerhoogst en eeuwig goed?
God zal zelf zijn leidsman wezen,
leren hoe hij wandlen moet.
Wie het heil van Hem verwacht
zal het ongestoord verwerven,
en zijn zalig nageslacht
zal ‘t gezegend aardrijk erven.

7 Gods verborgen omgang vinden
zielen waar zijn vrees in woont;
‘t heilgeheim wordt aan zijn vrinden
naar zijn vreêverbond getoond.
d’Ogen houdt mijn stil gemoed
opwaarts, om op God te letten:
Hij, die trouw is, zal mijn voet
voeren uit der bozen netten.

Gebod van God

Zingen: Psalm 119: 42 en 44
42 Wat Gij beloofd hebt, is in eeuwigheid
mij tot een deel en erfenis gegeven
waarin mijn ziel zich dag aan dag verblijdt.
Uw wet, o HEER, staat in mijn hart geschreven,
uw wil doen is mijn lust te allen tijd,
U te beminnen is geheel mijn leven.

44 HEER, ondersteun mij, geef mij vaste grond,
laat uw beloften heel mijn leven schragen.
Beschaam mij niet, ik hoop op uw verbond,
bevestig mij, dat mijn verlossing dage.
Als Gij mij steunt, zal ik te allen stond
de vreugde van uw wet in ‘t harte dragen.

Gebed om de verlichting met de Heilige Geest

Schriftlezing: Filippenzen 1: 1-18
Van Paulus en Timoteüs, dienaren van Christus Jezus. Aan alle heiligen in Filippi die één zijn in Christus Jezus, en aan hun opzieners en dienaren. 2 Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus. 3 Ik dank mijn God altijd wanneer ik aan u denk, 4 telkens wanneer ik voor u allen bid. Dat doe ik vol vreugde, 5 omdat u vanaf de eerste dag tot nu toe hebt bijgedragen aan de verspreiding van het evangelie. 6 Ik ben ervan overtuigd dat hij die dit goede werk bij u begonnen is, het ook zal voltooien op de dag van Christus Jezus. 7 Het spreekt vanzelf dat ik zo over u denk, want u allen ligt me na aan het hart. U hebt immers allen deel aan de genade die mij geschonken is, of ik nu gevangen zit of de waarheid van het evangelie verdedig. 8 God kan getuigen dat ik naar u allen verlang met de genegenheid van Christus Jezus. 9 En ik bid dat uw liefde blijft groeien door inzicht en fijnzinnigheid, 10 zodat u kunt onderscheiden waar het op aankomt. Dan zult u op de dag van Christus zuiver en onberispelijk zijn, 11 vol van de vruchten van de gerechtigheid, die u dankt aan Jezus Christus, tot lof en eer van God. 12 U moet weten, broeders en zusters, dat wat mij is overkomen er juist toe bijdraagt dat het evangelie wordt verspreid. 13 Het is iedereen in het Romeinse hoofdkwartier en alle anderen duidelijk geworden dat ik gevangen zit omwille van Christus. 14 Bovendien durven de meeste broeders en zusters, omdat ze door mijn gevangenschap vertrouwen in de Heer hebben gekregen, de boodschap nu nog onbevreesder te verkondigen. 15 Sommigen doen het weliswaar uit afgunst en rivaliteit, maar anderen verkondigen Christus met goede bedoelingen. 16 Zij doen het uit liefde, in het besef dat ik de taak heb het evangelie te verdedigen. 17 Maar de eersten verkondigen Christus uit vergeldingsdrang, met onzuivere bedoelingen, om mijn gevangenschap te verzwaren. 18 Maar wat doet het er eigenlijk toe. Wat telt is dat Christus verkondigd wordt. Of het nu uit valse of oprechte motieven gebeurt – dát het gebeurt verheugt me. En mijn vreugde is blijvend.

Zingen: Psalm 124: 1 en 4
1 Laat Israël nu zeggen blij van geest:
Indien de HEER niet bij ons was geweest,
toen vijandschap rondom was opgestaan,
indien de HEER niet bij ons was geweest,
Hij, onze hulp, wij waren lang vergaan.

4 Die onze boeien slaakt, het is de HEER.
Die voor de vrijheid waakt, het is de HEER.
Door zijn verlossing zijn wij vrijgemaakt.
Ons heil is in de naam van God de HEER,
die God, die aard’ en hemel heeft gemaakt.

Verkondiging.

Zingen: Lied 624: 1, 4 en 5 (Hemelhoog)
1 Vreugde, vreugde, louter vreugde
is bij U van eeuwigheid,
Schepper die ‘t heelal verheugde
bron van eeuw’ge vreugde zijt.
Gij die woont in licht en luister
drijft de schaduwen uiteen.
Hij die zoekend doolt in ‘t duister
vindt het licht bij U alleen.

4 Open nu ook onze ogen
voor het ware vreugdelicht
opdat wij uw Naam verhogen,
juichend voor uw aangezicht.
Want in Christus komt Gij nader
hem, die onder zonde zucht.
Ieder wilt Gij zijn een vader,
die in Jezus tot U vlucht.

5 Wil ons van uw vreugde geven,
hef ons op tot U omhoog,
Gever van onsterf’lijk leven,
die tot ons u neder boog.
Dan gaan wij hier zingend voorwaarts,
onbevreesd in smart en pijn.
Laat ons, Heer, door uwe liefde
eeuwig in uw vreugde zijn.

Gebed

Collecte

Zingen: Gezang 44
1 Dankt, dankt nu allen God
met hart en mond en handen,
die grote dingen doet
hier en in alle landen,
die ons van kindsbeen aan,
ja, van de moederschoot,
zijn vaderlijke hand
en trouwe liefde bood.

2 Die eeuwig rijke God
moge ons reeds in dit leven
een vrij en vrolijk hart
en milde vrede geven.
Die uit genade ons
behoudt te allen tijd,
is hier en overal
een helper die bevrijdt.

3 Lof, eer en prijs zij God
die troont in ‘t licht daarboven.
Hem, Vader, Zoon en Geest
moet heel de schepping loven.
Van Hem, de ene Heer,
gaf het verleden blijk,
het heden zingt zijn eer,
de toekomst is zijn rijk.

Zegen

Last modified: 8 mei 2021