Mededelingen

Aanvangslied: Lied 365: 1, 2 (Hemelhoog)

1 Welk een vriend is onze Jezus,
die in onze plaats wil staan.
Welk een voorrecht, dat ik door Hem
altijd vrij tot God mag gaan.
Dikwijls derven wij veel vrede,
dikwijls drukt ons zonde neer,
juist omdat wij ‘t al niet brengen
in ‘t gebed tot onze Heer.

2 Leidt de weg soms door verzoeking,
dat ons hart in ‘t strijduur beeft,
gaan wij dan met al ons strijden
tot Hem, die verlossing geeft?
Kan een vriend ooit trouwer wezen
dan Hij, die ons lijden draagt?
Jezus biedt ons aan genezing;
Hij alleen is ‘t, die ons schraagt.

Stil gebed

Votum en groet

Zingen: Psalm 136: 1, 12, 13

1 Looft den HEER, want Hij is goed,
trouw in alles wat Hij doet.
Want zijn goedertierenheid
zal bestaan in eeuwigheid.

12 Looft den Heer, die al wat leeft
dagelijks zijn spijze geeft,
die ons laaft en die ons voedt.
Eeuwig is Hij trouw en goed.

13 Aan den God des hemels zij
eer en dank en heerschappij,
want zijn goedertierenheid
zal bestaan in eeuwigheid.

Gebod van God

Zingen: Psalm 103: 3

3 Hij is een God van liefde en genade,
barmhartigheid en goedheid zijn de daden
van Hem die niet voor altijd met ons twist,
die ons niet doet naar alles wat wij deden,
ons niet naar onze ongerechtigheden
vergeldt, maar onze schuld heeft uitgewist.

Gebed om de verlichting met de Heilige Geest

Schriftlezing: 1 Korinthe 15: 1-11
1 Broeders en zusters, ik herinner u aan het evangelie dat ik u verkondigd heb, dat u ook hebt aangenomen, dat uw fundament is 2 en uw redding, als u tenminste vasthoudt aan de boodschap die ik u verkondigd heb. Anders bent u tevergeefs tot geloof gekomen. 3 Het belangrijkste dat ik u heb doorgegeven, heb ik op mijn beurt ook weer ontvangen: dat Christus voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat, 4 dat hij is begraven en op de derde dag is opgewekt, zoals in de Schriften staat, 5 en dat hij is verschenen aan Kefas en vervolgens aan de twaalf leerlingen. 6 Daarna is hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders en zusters tegelijk, van wie er enkelen gestorven zijn, maar de meesten nu nog leven. 7 Vervolgens is hij aan Jakobus verschenen en daarna aan alle apostelen. 8 Pas op het laatst is hij ook aan mij verschenen, aan het misbaksel dat ik was. 9 Want ik ben de minste van de apostelen, ik ben de naam apostel niet waard omdat ik Gods gemeente heb vervolgd. 10 Alleen dankzij zijn genade ben ik wat ik ben. En zijn genade is bij mij niet zonder uitwerking gebleven. Integendeel, ik heb harder gezwoegd dan alle andere apostelen, niet op eigen kracht maar dankzij Gods genade. 11 Hoe dan ook, of zij het nu zijn of ik, wij verkondigen allemaal dezelfde boodschap, en door die boodschap bent u tot geloof gekomen.

Zingen: Psalm 103: 7
7 Maar ‘s HEREN gunst zal over die Hem vrezen
in eeuwigheid altoos dezelfde wezen,
en zijn gerechtigheid de eeuwen door.
Zijn heil omsluit de komende geslachten;
zo volgen zij die zijn verbond betrachten,
van zijn barmhartigheid het lichtend spoor.

Verkondiging.

Zingen: Gezang 440: 1, 2
1 Ik heb de vaste grond gevonden,
waarin mijn anker eeuwig hecht:
de dood van Christus voor de zonden,
van eeuwigheid als grond gelegd.
Die grond zal onverwrikt bestaan,
als aarde en hemel ondergaan.

2 Het is het eeuwige erbarmen,
dat mijn besef te boven gaat,
het zijn de liefdevolle armen,
het is zijn hart, dat openstaat.
Hij noodt de zondaar, Hij vergeeft
die Hem het hart gebroken heeft.

Gebed

Collecte

Zingen: Lied 346: 1, 4 (Hemelhoog)
1 Ik wandel in het licht met Jezus,
het donk’re dal ligt achter mij
en ‘k weet mij in zijn trouw geborgen;
welk een liefdevolle vriend is Hij.
Refrein
Ik wandel in het licht met Jezus,
en ‘k luister naar zijn dierb’re stem.
En niets kan m’ooit van Jezus scheiden
sinds ik wandel in het licht met Hem.

4 Ik wandel in het licht met Jezus,
o mocht ik zelf een lichtje zijn
dat straalt te midden van de wereld
die gebukt gaat onder zorg en pijn.
Refrein

Zegen

Last modified: 26 oktober 2020